De Gelovige

Fons Gieles was een bijzonder gelovig mens. Voor hem was er maar één kerk, de (streng) Rooms Katholieke. De St. Josefkerk – nu het Pastoor Joorenplein – en later de Maagdkerk – nu het Maagdtheater - stonden daarvoor symbool. In het centrum van Bergen op Zoom groeide hij op, om, rond en in de beide kerken. Hij zong er in het jongenskoor, net als zijn broers. Dat was onvermijdelijk, want zijn vader Adrianus Gieles dirigeerde het St. Josefkoor. Boekbinder van zijn vak, met de binderij aan de Kremerstraat 28, zat zijn vader bij tijd en wijle meer in de muziekboeken dan in de binderij. God ging voor de lijmpot.

De enige afbeelding die Fons Gieles maakte van de Jozefkerk, hier in de steigers (1959).

Hoewel hij gelovig was en gehoorzaam aan zijn vader en moeder heeft hij een wens van hen niet ingewilligd. Ze vonden dat hij geknipt was voor de priesterroeping. Toen bleek dat het met de verkering ernst was, gaf dat toch wel enige spanning. Pogingen om hem alsnog ‘op het goede pad’ te krijgen mislukten (gelukkig).

Het blijft een opvallende combinatie van eigenschappen: de onafhankelijk denkende artiest en de gehoorzame gelovige. Het moeten deze twee elementen zijn geweest waar hij zijn levenlang mee heeft geworsteld. Niet voor niets komt het geloof en de religie vaak terug in zijn werken. Misschien was hij uiteindelijk toch een missionaris, niet met habijt en bijbel, maar met pen en kwast, niet in overzeese werelddelen, maar in zijn eigen stad.

Voor twee vrouwen – naast zijn echtgenote Liesbeth – had hij een enorme bewondering en welke hij vereerde: Gertrudis en Maria. Die verering kwam op vele wijze tot uiting. Om er slechts enkele te noemen:

Een van de glas-in-lood ramen van de Gertrudiskapel.

Fons Gieles bleef altijd een praktiserend gelovige. Wekelijks naar de kerk was niet meer dan vanzelfsprekend. Maar daarnaast bezocht hij door de week regelmatig het kapelletje bij het Markiezenhof. Hij vond er medestanders die vonden dat het met de R.K. geloofsbeleving achteruit ging. Voor dit groepje strenge katholieken schreef hij in de latere jaren ook bijna maandelijks een blad. Niet verwonderlijk heette dat ook ‘de Vreugdebloem’ en had op zeker moment een bijna even grote oplage had als zijn nieuwjaarswensen. Deze verzameling ‘Vreugdebloemen’ geeft in retrospect een zeer karakteriserend tijdsbeeld van een periode waarin het Rijke Roomsche leven in rap tempo aan terrein verloor en hoe dat door de streng katholieken werd ervaren.

En dan zijn er de gebeurtenissen waar de scheidslijnen tussen gelovige, kunstenaar en activist vervagen. De discussie over abortus alsook de sluiting van de Maagdkerk zijn van die onderwerpen. Het is goed te weten dat hij na de sluiting van de Maagd uiteindelijk toch een goed gesprek heeft gehad met bisschop Ernst. Dat vond plaats bij gelegenheid van de priesterwijding van Paul Verbeek, de huidige vicaris. Hij was een van die leerlingen waarmee hij een bijzondere band had. En het schilderij van Hortus Musicus Religiosus o.l.v Hans Smout dat nu in het Maagd theater hangt is nog een stille getuige van die tijd.

H.M.R. in de Maagdkerk, voorstudie voor het grote olieverfschilderij dat nu in het Maagdtheater hangt.